maandag 21 januari 2013

Waarom ik niet mijn eigen vriend wil zijn?


- Awel, wat is dat nu voor een vraag?
- Hebt ge uzelf al eens goed bekeken in de spiegel? Geef mij eens een briefke, ik kan zo een waslijst opschrijven.
- Van al mijn onhebbelijkheden?
- Die gaan daar niet goed van zijn.
- Ge weet toch waar dat ge aan begint.
- Dat is het probleem niet, de vraag is alleen waar te beginnen. En hier en daar wat weg te laten, om niet iedereen af te schrikken.
- Zoudt ge er dan wel aan beginnen?
- Helaba, zo makkelijk komt ge er niet vanaf. Ik zal rap uw boekske eens opendoen. Wacht, ge zult er niet goed van zijn. Hij krimpt ineen. Alé, dat valt te bezien. Feitelijk weet ge het toch allemaal en kent ge uzelf beter dan de rest, of dat denkt ge. Want de ander bekijkt u anders dan dat ge zelf doet.
- Ok, ok. Ik weet dat het geen zin heeft rond de pot te draaien. Vuur! Schiet er maar op los.
- In gezelschap zegt ge den ene keer geen woord, naargelang uw muts staat, en op andere momenten kunt ge niet stoppen met tetteren en trekt ge alle aandacht naar u toe.
- Ja, dat is zo. Zelf vind ik dat één van mijn minor inconveniences.
- Wablieft?
- Eén van mijn mindere gebreken. Toch?
- Of ge zit aan tafel en steekt plots een monoloog af, een ellenlange tirade waar geen speld is tussen te krijgen.
- Tja.
- Ge kunt iemand in slaap babbelen. Hij haalt de schouders op. En dan legt ge een vuil mes of vork op een proper tafelkleed.
- Ja maar, wuift hij protesterend.
- Of ge zit in uwe neus te peuteren...
- Daar zoudt ge over zwijgen...
- En de rest... Als we naar den teevee kijken, legt ge beslag op de afstandsbediening. Hij maakt een beetje afwerend, verontschuldigend gebaar. Ge beslist altijd welke programma's we gaan zien.
- Maar maske, we zien toch alle twee naar 't zelfde.
- En ge palmt heel de zetel in.
- Ja maar, die is toch een beetje te klein voor ons twee.
- En als ik iets zeg, dan zegt ge altijd: "Ja maar..."
- Ja maar ja...
- En als ik iets zeg, dan is het direct van: "Ssst..."
- Nu overdrijft ge...
- Of ge zegt dat alles relatief is.
- Ja maar dat is toch ook zo.
- Gij vindt alles relatief.
- Hij spreidt hulpeloos beide armen en toont de handpalmen. Met jou valt echt niet te klappen.
- En toch hé... zij schuift dichterbij zou ik je niet kunnen missen.
- Alé, ge hebt het zo lang zonder mij gedaan.
- Pakt me nog eens vast.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen